donderdag 3 juli 2008

Broodje Karnemelk

Was vandaag, als laatste werkdag voor de vakantie, op het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg in Utrecht, op de vergadering over de ontwikkeling van de nieuwe Nederlandse multidisciplinaire richtlijn Elektroconvulsietherapie. De rit op de bus van het centraal station naar de Churchilllaan ging langs allemaal dezelfde straten met dezelfde huizenblokken met veel te kleine appartementjes waar veel te veel mensen wonen: triest word je ervan. Ik ‘mocht’ op de vergadering zijn als ‘toehoorder’, noem het buitenlandse waarnemer. De wijze waarop onze noorderburen richtlijnen voor de gezondheidszorg uitwerken is bewonderens- en vooral benijdenswaardig. Er wordt in ieder geval niet op een gulden gekeken, en daar kunnen we hier in Belgiëland wel een voorbeeld aan nemen. Bij ons ontstaan richtlijnen, áls ze al ‘ontstaan’, in de besloten ruimte van een studeerkamer, ’s avonds, in het weekend, of erger nog, in een erg warme vakantie (dat nooit meer, J.!).
De Hollandse lunch daarentegen bestaat uit een glas karnemelk en een broodje, en als het goed is één of andere kroket. En weet je, in Nederland spreken ze over ‘verkoever’, terwijl ze gewoon de ‘recovery’-ruimte bedoelen. Grapjurken, die Hollanders.
-
Op de overvolle trein terug zat ik naast pokerspelende Britten en tegenover een overdadig gemaquilleerde bimbo met plastic borsten die bijna tot mijn kin reikten. Ze leek aanhoudend te glimlachen, alsof elke reiziger, en ik in het bijzonder, een potentiële klant was.

Geen opmerkingen: