zondag 28 september 2008

Boeddha in Oeroevela.

Ik ben halfweg de Boeddha-reeks van Osamu Tezuka, en nog steeds aangenaam verrast. In het vierde deel, ‘Het Woud van Oeroevela’, trekt de jonge Siddharta, onder invloed van Dhepa en ontevreden over het onderwijs dat hij tot nog toe kreeg van enkele grote asceten, dan toch naar het woud der beproevingen. In dat woud stelt een stelletje circusartiesten zich bloot aan de meest waanzinnige ‘beproevingen’, folteringen en ontberingen. Boeddha heeft snel door dat dit maar klein bier is vergeleken met de beproevingen die het gewone leven voor velen van ons in petto heeft en hij haakt af, nadat hij het opneemt voor de slaven Tatta en Migaila. Hij geneest de dodelijk zieke Migaila door een jaar lang iedere nacht de etter uit haar lichaam te zuigen (je moet er wat voor over hebben..). Ondertussen wordt het in Kosala duidelijk dat de ‘koningin’, die ze vanuit Boeddha’s thuisland hebben ‘gekregen’, eigenlijk een slavin is. De prins, die uit deze slavin is geboren, vernietigt Kapilavastoe (Boeddha’s geboorteland) en verbant zijn moeder naar het slavenvertrek. Opnieuw een geslaagde aanklacht tegen het door mensen geïnstalleerde klassenverschil. Ondanks de vaak grappige slapstickprentjes krijg je in deze reeks gratis (’t is te zeggen, het zit in de prijs) een heleboel wijsheid mee, zonder dat je droge teksten zit te lezen.
‘Hoe moet ik nu verder leven?’, vraagt een slavenreus.
‘Kijk naar de rivier…’, zegt Boeddha,
‘Een werkelijk machtige stroom. Talloze eeuwen stroomt de rivier al zoals de natuur het heeft bepaald. Zij probeert haar loop niet te veranderen en verlangt niet op te houden met stromen. Zij is volmaakt natuurlijk! Sterker nog, zij is uitgestrekt en mooi… zij wordt gewaardeerd en geeft.’

Geen opmerkingen: